Verkeersveiligheid

TIJDENS
1. Als er zich op weg naar of tijdens de activiteit een ongeluk of een andere calamiteit voordoet, wordt als volgt gehandeld:
a. De leerkracht (of een van de begeleiders) geeft een auditief signaal en zorgt ervoor dat alle kinderen op een veilige plek (naast de weg) kunnen staan.
b. Als er gewonden zijn deze alleen verplaatsen als ze zonder gevaar kunnen worden vervoerd of in de positie waarin ze zich bevinden gevaar lopen.
c. Indien noodzakelijk wordt het alarmnummer 112 gebeld.
d. Als de leerkracht niet bij het ongeluk/de calamiteit aanwezig is, wordt deze zo spoedig mogelijk daarover geïnformeerd. Dat gebeurt door het telefoonnummer van school te bellen. De school belt de leerkracht dan terstond.
e. Als een deel van de groep niet bij het ongeluk/de calamiteit aanwezig is, informeert de leerkracht of begeleider de andere begeleiders zo spoedig mogelijk over het gebeurde en de consequenties voor het geplande bezoek. Tevens wordt dan gecommuniceerd welke informatie aan de kinderen kan worden verstrekt.
f. De leerkracht en/of begeleiders maken ter plekke beknopte aantekeningen van het gebeurde zodat daar terug op school verslag over kan worden gemaakt.
g. Zodra daar gelegenheid voor is, wordt de directeur van De schittering geïnformeerd over het gebeurde.
h. De leerkracht informeert de ouders/verzorgers van het betreffende kind/de kinderen zo spoedig mogelijk.

ACHTERAF
1. De leerkracht informeert terug op school kort bij de begeleiders of er nog opvallende punten zijn die moeten worden nabesproken met de groep.
2. Als zich een ongeluk of calamiteit heeft voorgedaan onderweg of tijdens het bezoek wordt daar op school in het bijzijn van de kinderen én de begeleiders expliciet aandacht aan besteed.
3. Als zich een ongeluk of calamiteit heeft voorgedaan onderweg of tijdens het bezoek wordt daar binnen 24 uur een beknopt verslag van opgesteld. Daarin worden in ieder geval vermeld:
– de locatie waar het plaatsvond,
– het tijdstip,
– de betrokkenen,
– de gevolgen,
– de handelwijze,
– de informatie die aan de kinderen, ouders/verzorgers en begeleiders is verstrekt.
De directeur van De Schittering ontvangt zo spoedig mogelijk een kopie van dit verslag.
4. Als een ouder/verzorger aan een van de begeleiders om nadere uitleg vraagt over het gebeurde onderweg of tijdens het bezoek verwijst deze begeleider de ouder/verzorger door naar de leerkracht.
5. Mocht de leerkracht of een begeleider worden gevraagd om commentaar op het gebeurde door een vertegenwoordiger van de media dan vindt altijd eerst overleg met de directeur van De Schittering plaats voordat er mededelingen worden gedaan.
6. Dit fietsprotocol wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast.

Protocol vervoer met auto’s basisschool de schittering Hooge Zwaluwe
PROTOCOL KINDEREN VERVOEREN IN DE AUTO

KINDEREN VOORIN
Kinderen t/m 11 jaar mogen niet voor in een auto (taxi), bestelauto, vrachtauto of autobus zitten. Ook als een kind voorin op schoot wordt meegenomen, wordt deze bepaling overtreden.
Er zijn op deze regel maar twee uitzonderingen:
1. Het kind zit in een voor hem/haar geschikt kinderbeveiligingsmiddel, zoals een maxi-cosi (voor baby’s) of een stoelverhoger, waarbij uit de gebruiksaanwijzing blijkt of het middel geschikt is voor de voorstoel.
2. Het kind is 1.35 m of langer (en moet dan gewoon de autogordel dragen).

KINDEREN ACHTERIN
Kinderen moeten achterin vervoerd worden in een voor hen geschikt kinderbeveiligingsmiddel (inclusief stoelverhogers), mits aanwezig. Ontbreekt zoiets, dan moeten kinderen van 3 jaar en ouder gebruik maken van een voor hen beschikbare autogordel. Ze mogen eventueel een driepuntsgordel als heupgordel gebruiken. Als er geen óf niet genoeg gordels zijn, mogen kinderen los worden vervoerd.

Bijzondere bepalingen.
Voor kinderen t/m 2 jaar die achterin worden vervoerd, terwijl daar geen kinderbeveiligingsmiddel aanwezig is, is niets geregeld. Hier geldt de eigen verantwoordelijkheid van de bestuurder/passagier. Als er achterin géén autogordels zijn gemonteerd, of minder dan er kinderen/volwassenen worden vervoerd, zitten degenen waarvoor geen gordel is, juridisch gezien tenminste, goed.

Inzittendenverzekering
Om in geval van schade en/of letsel van optimale dekking verzekerd te zijn, kunt u voor het vervoer van kinderen ten behoeve van onze school (of andere kinderen) een inzittendenverzekering afsluiten. Deze verzekering is eenvoudig en voor enkele euro’s bij uw schadeverzekeringsmaatschappij te verkrijgen als aanvulling op de bestaande verzekeringspolis. Er hoeft hiervoor geen nieuwe verzekering afgesloten te worden. De St.-Jansschool stelt een dergelijke verzekering voor schoolvervoer echter niet verplicht.

Bijzondere bepalingen De Schittering Hooge Zwaluwe
In tegenstelling tot bovengenoemde bepalingen met betrekking tot het vervoer van kinderen achterin, stellen wij:
• Het maximum aantal kinderen dat achterin vervoerd mag worden op drie.
• Het dragen van gordels verplicht. Auto’s waarin geen gordels aanwezig zijn mogen
dus niet voor het vervoer van onze leerlingen ingezet worden.
• De auto moet apk goed gekeurd zijn anders mogen er geen leerlingen vervoerd worden.
• De bestuurder van het voertuig moet in het bezit zijn van een geldig rijbewijs.

Naar school Naar school 2

Actueel